Graduated! Waarom universitairen bij onze buren op hun pootjes terechtkomen
- elisabet82
- 23 jan
- 3 minuten om te lezen
Door Ingo Pauwels

In ons land was een universitair diploma lange tijd een haast automatische garantie op een vlotte start op de arbeidsmarkt. Vandaag is die vanzelfsprekendheid eerder zoek. De vraag naar universitairen staat onder druk en heel wat jonge afgestudeerden botsen op een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Als we dan even piepen bij onze noorder- en oosterburen, merken we algauw dat universitair talent daar wél snel wordt tewerkgesteld. Wat kunnen wij daar nu van leren?
"In Duitsland en Nederland vinden meer dan negen op de tien jonge academici binnen de drie jaar na afstuderen een job"
De cijfers uit recente analyses van Eurostat tonen aan dat Nederland en Duitsland tot de absolute koplopers behoren als het gaat om tewerkstelling van pas afgestudeerde universitairen. In beide landen vindt meer dan negen op de tien jonge academici binnen de drie jaar na afstuderen een job. Dat is niet alleen hoger dan het Europese gemiddelde (84.9%), maar ook beduidend beter dan het Belgische cijfer (83.4%). Enigszins opvallend, want aan talent, kennis en sterke universiteiten ontbreekt het ons land allerminst.
Over de grens lukt het wél
Een belangrijk verschil zit in de manier waarop onderwijs en arbeidsmarkt op elkaar inspelen. In Nederland is de overgang van studenten- naar werkleven veel minder abrupt. Studenten worden daar tijdens hun opleiding al systematisch in contact gebracht met de praktijk. En ook werkervaring opdoen tijdens de studies is er geen uitzondering, maar eerder de norm. Studenten lopen stages, werken deeltijds in relevante sectoren en nemen hier en daar flexibele, niet-studie gerelateerde bijbaantjes aan.
Meer dan de helft (51%) van de 18- tot 24-jarige Nederlanders combineert werken met studeren, wat een immens cijfer is als je weet dat over de OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heen minder dan een vijfde (19%) van de 18- tot 24-jarigen diezelfde combinatie afvinkt. Voor de jongvolwassen Nederlanders is gaan werken tijdens hun studies dé uitgelezen kans om hun collegegeld, huisvesting en levensonderhoud te dekken, of om bij te dragen aan hun loopbaanontwikkeling. Zo verlaten ze de universiteit niet alleen met een diploma, maar ook met een netwerk en een duidelijk profiel.

In België is die brug nog vaak te smal. Universitaire opleidingen zijn theoretisch goed onderbouwd, wat op zich een grote sterkte is, maar de vertaalslag naar de arbeidsmarkt blijft soms afwezig. Werkgevers zijn op zoek naar zekerheid, maar jonge afgestudeerden krijgen die pas na hun eerste job. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel waarbij bedrijven ervaring vragen, terwijl net die eerste kans om ervaring op te doen ontbreekt. In Nederland wordt die cirkel al vroeger doorbroken, want werkgevers beschouwen jonge afgestudeerden daar niet als een risico, maar als een investering in potentieel.
"Meer samenwerkingen tussen universiteiten en bedrijven, meer ruimte voor interessante werkervaring tijdens de studie en een grotere focus op relevante vaardigheden naast het diploma kunnen die krapte verkleinen."
Wir schaffen das
In Duitsland speelt de economische structuur dan weer een belangrijke rol. Het land profiteert al jaren van sterke industriële ecosystemen en innovatieclusters waarin universiteiten, onderzoekscentra en bedrijven nauw samenwerken. Academische kennis stroomt er sneller door naar concrete toepassingen, waardoor er spontaan nieuwe jobs ontstaan in sectoren zoals technologie en duurzame industrie.
Toch hoeft België dat model niet klakkeloos te kopiëren. De voornaamste les is dat structurele keuzes een verschil kunnen maken binnen de huidige arbeidsmarktkrapte. Wanneer onderwijsbeleid, arbeidsmarkt en economische strategie op elkaar worden afgestemd, zullen jonge universitairen sneller perspectief krijgen. Onze noorder- en oosterburen tonen alvast aan dat een sterke academische vorming perfect kan samengaan met een vlotte tewerkstelling, zolang de overgang van studeren naar werken niet wordt gezien als een sprong in het diepe.
Meer samenwerkingen tussen universiteiten en bedrijven, meer ruimte voor interessante werkervaring tijdens de studie en een grotere focus op relevante vaardigheden naast het diploma kunnen die krapte verkleinen. Daarom is een hernieuwd vertrouwen in jonge universitairen én een arbeidsmarkt die hen actief inzet noodzakelijk in dit verhaal. Het goede nieuws is dat België gelukkig al mag rekenen op gedreven talenten met de breedste kennis!



