GSM-vasten : het kleine experiment dat mijn relatie wakker schudde.
- elisabet82
- 22 jan
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 27 jan
Dagboek Yasmin – dag 30

Ik ben nu bijna een maand bezig met mijn digitale challenge en ik kijk anders. Niet harder. Niet strenger. Gewoon helderder.
De opzet is simpel, maar radicaal effectief: ik ging van 5 uur schermtijd per dag naar 1,5 uur. Met intermittent fasting voor mijn telefoon: van 21u tot 9u geen scherm. Overdag: max 20 minuten social media, en vooral geen scrollen. Geen verdwalen. Alleen nog openen met intentie. En dan gebeuren er onverwachte dingen. Kleine scènes krijgen plots betekenis.
Vanavond aan de eettafel bijvoorbeeld: mijn man nam op toen hij gebeld werd. Normaal ben ik daar niet gevoelig voor als we gewoon met ons tweeën zijn, maar de dynamiek is veranderd. Vroeger deed ik hetzelfde. Nu niet meer. Natuurlijk: omdat ik verander, hoeft hij dat niet automatisch ook te doen.
Het is alleen… interessant. Hij is altijd anti-social media geweest. In ons gezin was ík degene die “verslaafd” was aan mijn gsm. Hij had nooit Instagram of TikTok, is amper actief op LinkedIn. Maar ik zie nu dat hij zijn scherm op een andere manier gebruikt: nieuwssites, mails, sportapps, YouTube (altijd sport, uiteraard). En eerlijk: een melding bij elke goal van elke random match voelt even disruptief als het TikTok-algoritme. Andere verpakking, hetzelfde effect: je bent weg, zonder echt weg te gaan.
"Als Stefan naar de wijnkaart kijkt, grijp ik niet langer automatisch naar mijn gsm om "even snel" bij de babysit te checken."
Het deed me denken aan onze date laatst. Vroeger kon ik het niet helpen: ik móést het moment vastleggen en meteen delen. Nu maak ik nog steeds foto’s, maar ik post ze niet meer op datzelfde moment. Die ene mentale klik — dit is een moment voor ons twee — verandert alles. Als Stefan naar de wijnkaart kijkt, grijp ik niet langer automatisch naar mijn gsm om “even snel” bij de babysit te checken. Ik kijk gewoon naar mijn man. En dat voelt… veel beter.

"Er zijn weinig dingen die een gesprek zo elegant saboteren als een meme uit die ene groepschat die "echt te goed" is om te laten."
Je partner is eigenlijk de enige persoon die je zelf kiest. De persoon die het dichtst bij je staat. En als je kinderen krijgt, ben je forever connected. Of wacht — er is nog iemand die altijd dichtbij is. In onze hand. Binnen handbereik. De smartphone. Handig ding, absoluut. Maar geeft hij ons evenveel terug als een mens? Of wordt het soms een soort derde in de relatie? Want elke keer dat je even op je socials gaat kijken of je mails checkt, ga je eigenlijk weg uit de ruimte waar je met de ander bent.
Het gekke is hoe normaal dat geworden is. Dat het eerste wat we doen ’s ochtends onze gsm checken is, in plaats van elkaar goeiemorgen te wensen. Een kus. Een knuffel. Dat we aan tafel zitten , met of zonder kinderen, en het scherm ligt er gewoon bij. Dat we samen op de sofa tv kijken, met een tweede scherm in de hand. En zeg nu zelf: er zijn weinig dingen die een gesprek zo elegant saboteren als een meme uit die ene groepschat die “echt te goed” is om te laten.
"Mijn gsm is niet alleen overal, hij staat steeds vaker tussen ons."
Veel koppels worstelen om schermen de juiste plek te geven. Niet omdat we elkaar minder graag zien, maar omdat aandacht een schaars goed is geworden. En het meest confronterende besef tijdens mijn challenge was dit: mijn gsm is niet alleen overal, hij staat steeds vaker tussen ons. We kijken vaker naar ons scherm dan naar elkaar. In sommige dagen zie ik letterlijk méér mijn telefoon dan de mensen rondom mij.
Wat me wél hoop geeft: het is niet “alles of niets”. Niet detox of verslaving. Het is ritueel. Keuze. Mini-grenzen die groot voelen.
Ik begon klein:
● Eerst goeiemorgen, dan gsm.
● Geen telefoons aan tafel.
● Samen op de sofa? Telefoon weg.
En langzaam verschuift er iets. Je kiest niet tegen technologie. Je kiest vóór nabijheid. Voor echte, fysieke relaties in plaats van virtuele ruis.
Het is een pijnlijk herkenbaar moment in elke moderne relatie: je bent in gesprek en het scherm van de ander licht op. Al is het maar een fractie van een seconde, de verbinding hapert. En je brein maakt er meteen een verhaal van: ben ik niet interessant genoeg? Terwijl het meestal iets anders is: gewoonte. Automatisme. Een algoritme dat perfect weet hoe het je aandacht kan kapen.
Ik probeer het daarom niet groter te maken dan het is, maar ook niet kleiner. Ik benoem het. Zonder drama. Want uiteindelijk is dit de inzet: je wilt toch niet met twee naast elkaar leven, elk in je eigen wereld, terwijl je eigenlijk net samen wou zijn?
De ironie? “Karma is a bitch.” Ik sta nu aan de andere kant van het verhaal. Na jaren gedacht te hebben dat scrollen tijdens een gesprek “wel meeviel”, begrijp ik eindelijk hoe het voelt om net niet op de eerste plaats te komen.
En dus hou ik mezelf aan één simpele zin, elke dag opnieuw:
We zijn met twee, niet met drie.



